Home / Tochten

Frankrijk, België, Hellevoetsluis, Utrecht

Natuurlijk moet ik het verhaal van deze tocht wel even afmaken. En gezien mijn huidige, geblesseerde conditie kan dat best even vanaf de bank.

Via Dieppe en Boulogne

Vanuit Fecamp vertrekken een stuk of tien boten bijna tegelijk naar bijna allemaal dezelfde bestemming: Dieppe. Het is erg licht weer en op de drifter (een hele grote, bolle genoa) komen we net aan de wind niet erg lekker vooruit. Wanneer we als een van de laatste boten lichtelijk gefrustreerd op onze bestemming aankomen blijken we bovendien een bijzondere dolfijnenshow gemist te hebben: Vlak vóór het havenhoofd schijnt een handvol van deze prachtige dieren een drietal boten op spectaculaire wijze te hebben vermaakt. Helaas, maar toch bedankt voor de vis.

Van Dieppe zeilen we de dag erop door naar Boulogne. Opnieuw met meerdere boten en opnieuw met weinig wind. Dit keer lopen we echter een stuk beter, met de spi als halfwinder. En aangekomen in de haven wordt het erg gezellig als bij de spontane boordborrel steeds meer zeilers uit Hellevoetsluis (uiteraard Bianca en Tjeerd van de Seven, maar ook Judith & Marcel van de Libelle, en later Janet & Tjitte van de Cinta Baru) in onze kuip plaatsnemen. Met acht man hangt het kontje bijna in het water, zo gezellig is het.

Naar Oostende (geen Calais gezien!)

De volgende dag is stevige wind beloofd. Maar het regent bovendien ongelofelijk hard. Terwijl we met gemiddeld(!) 9.5 knopen over de grond voorbij Calais stuiven, is die stad een paar mijl uit de kust nauwelijks te zien. Wel merken we dat we er dichtbij zijn als vlakbij ineens twee grote invarende ferries uit de grijze brei opdoemen. Vlak erna komt er nog eentje naar buiten. Houden we voldoende afstand, ondanks onze enorem snelheid? Snel blijkt natuurlijk dat zij nog veel harder gaan en rustig voorlangs voorbij schuiven.

De wind neemt voorbij Duinkerken wat af. Maar de lange tocht gaat nog steeds zó snel dat we in Oostende aangekomen, een prachtplekje kunnen vinden: We liggen als vierde langszij.

Oostende, Hellevoetsl(h)uis

We nemen nog één extra dagje vakantie in Oostende. Om op te drogen, uit te rusten en een beetje te werken. Maar lokale haven-Wifi hapert dus de “floating office” moet helaas nog een dagje dicht. Dan maar luieren op dek, in de volle zon. En na een zalige maaltijd bij de Royal North Sea Yachtclub en een nieuwe lading “smokkelwaar” van de General Stores, zijn we klaar voor de thuisreis.

Ook die laatste tocht loopt vlot, voorspoedig en bijna helemaal droog. We halen makkelijk voor tienen de vestingbrug. En net ná de indrukwekkend bewolkte zonsondergang ligt het bootje weer, helemaal veilig, in haar eigen box. En wij kunnen de volgende ochtend bijna ongeschonden naar huis. Een absolute topvakantie!

Cherbourg, St. Vaast en Fecamp

Het zit ook wel eens mee. De stroom in elk geval: Met gemiddeld ruim acht knopen blazen we van Guernsey voorbij Alderney. We nemen de ‘veilige’ route, linksom Alderney en de Casquets, waarmee we de beruchte race van Alderney vermijden. Het is een beetje een omweg en je maakt geen gebruik van de extreme meestroom die je in die race hebt. Die omweg is niet persé nodig, maar wel zo goed voor de gemoedsrust. Want met de 6 Beaufort hoog aan de wind en met de stroom mee zou het daar wel eens een vervelende wastobbe kunnen zijn. Je weet het niet. Wij voorlopig niet, in elk geval. Een volgende keer zullen we die race eens wat dichterbij bekijken.

Neerhaler

Vanaf Alderney gaat het nog steeds hard. Tot vlak vóór Cherbourg erg voorspoedig, totdat de neerhaler ineens van het dek knapt. Een gebroken oog, dat lastig te repareren zal zijn. Ach, voorlopig hebben we die neerhaler toch niet nodig: die gebruiken we alleen… eh, met ruime wind. En we hebben ‘m de komende week met de overwegend zuidwesten wind vooral… in de rug. Dus. :-(

Cherbourg is niet veel aan. De jachthaven is groot en, voor Franse begrippen, gelukkig schoon. De stad lijkt, net te ver van de haven, groot en vies en eigenlijk te ver lopen. Maar we eten erg lekker bij de jachtclub: o.a. oesters uit St. Vaast, die ons mede doen besluiten wat de volgende haven wordt.

St. Vaast La Hougue

De aanloop van de haven van St. Vaast valt volledig droog. Je kunt er daarom alleen uit of in rond vloed. Als we er na een lekkere tocht aankomen is het helaas ná winkelsluiting en daarmee kunnen we de beroemde delicatessezaak in het dorp helaas niet meer in. Maar we hebben we geen spijt van deze stop. Het is een prachtig plekje waar we – opnieuw – heerlijk eten en gezellig wat boordborrelen met de bemanning van de Hydraaij… weer een bekende boot, weer uit Hellevoetsluis. En bij vertrek worden we getrakteerd op een oogverblindend mooie zonsopgang.

Fecamp

Na St. Vaast speren we een flink stuk door. We slaan de hele Seine-baai over en leggen na een tocht van iets meer dan 11 uur aan in Fecamp. Da’s niet alleen een bekend plekje van twee jaar terug. (Met nog steeds dezelfde ellende qua internet in Frankrijk.) Maar bovendien treffen we daar weer de gezellige familie van de Seven, die ons warm onthaalt met leuke verhalen, een fijne maaltijd bij hen aan boord en een mooie kleurplaat met daarop een “lekker wijf” (quote Megan, 4 jaar).

Nu twijfelen we nog, op onze lay-day in Fecamp: Gaan we morgen in een langere klap door naar Boulogne en dan nog even het Kanaal op-en-neer via Ramsgate naar Oostende? Of pakken we de tussenstop in Dieppe, dan Boulogne en door naar Oostende? Het weer wijst op de tweede optie, want met weinig wind gaan we niet teveel mijlen maken.

Lek, dus rondje Herm

Vanuit Guernsey moeten we langzaam aan gaan nadenken over de terugreis. Alderney ligt net boven Guernsey en is dus formeel een stap richting huis, zij het een kleintje. Maar ‘t is wel prima springplank naar de Franse kust. En met de vele knopen stroom ben je er zo. Vertrekkend uit St. Peter Port besluiten we daarom om een klein omweggetje om het mini-eiland Herm te maken.

En dan ontdek ik, min-of-meer toevallig, een lek in het koelsysteem van de motor. Daar waar koud zeewater ingepompt wordt, druipt een behoorlijke hoeveelheid water langs de motor de bilge in. Not good.

Damn

Tijdens het zeilen probeer ik e.e.a. op te lossen: Het is vast de aanvoerslang! Die maak ik iedere winter even los om het water eruit en anti-vries erin te laten – en in de lente vice versa. Maar helaas, verder dichtmaken en aandraaien helpt niets. Blimey. De flens van de impellor? Nop. De afvoerslang? Too bad. Het lek blijkt echt achterop het pomphuis te zitten. En daar doe ik zelf niet zoveel aan, behalve stelpen. Damn! Hoe kan dit nou weer, zo vlak na een servicebeurt?

We besluiten om terug te keren naar Guernsey. Op Alderney is niet zoveel en er zal ook wel geen goeie monteur zijn. (Later horen we dat dit meevalt.) En de eerste de beste monteur die ik bel, nog onderweg naar St. Peter Port, belooft meteen de volgende ochtend langs te komen. (Inmiddels is de ochtend bijna voorbij maar de goede man heeft het een beetje druk. We wachten nog even af, maar het middagtij kunnen we shaken.)

Aan het eind van de middag liggen we dus weer te wachten voor de Victoria Marina, totdat de drempel voldoende water boven zich heeft om ons binnen te laten.

En we zijn niet alleen

Blijkbaar zijn meer mensen van plan om vanavond, vanaf 23:00 uur NL-tijd, de haven in te gaan. Steeds meer boten komen langszij aan de wachtsteiger, waar wij als eerste in een rij aan vastlegden. Voor en achter ons stapelt men de boten lekker door. Maar onze rij is de recordhouder: Op het hoogtepunt van het hele circus liggen er 16 boten zij-aan-zij aan onze boot vastgemaakt. De 4 stootwillen aan walzijde zijn zo plat als uitgeperste sinaasappels; de dikke, extra landvast staat strakker dan de gemiddelde pillenslikkende kaalkop op zaterdagavond. Fototoestellen klikken en in een mengelmoes van Frans, Engels en Nederlands praat iedereen enigszins opgelaten over deze gekke drukte.

In gedachte zien we de mooie bolle wangetjes van ons bootje langzaam indrukken en haar dek omhoog komen. Maar ze is zo sterk als we verwachten en weert zich kranig tegen die vele tonnen druk. Als een tijdje vóór hoog water de havendienst de 80+ boten binnen een uurtje de haven in leidt, vinden we zelfs – als één van de laatsten in de haven – een prima plekje. G&T, anyone?