Non à Ouistreham

Het waait zondag lekker door, dus blijven we een extra dagje in St. Vaast. We genieten aan boord van de lokale oesters die we praktisch zelf van het strand hadden kunnen plukken. ‘s Avonds genieten we ook van het andere, bijzonder smakelijk eten in het knusse restaurantje Le Chasse-Maree. Bovendien is het kermis. En da’s altijd dik feest. (Ahum.)

Op maandag vertrekken we met nog steeds een dikke 5 Beafort in de rug naar Ouistreham. Dat plaatsje is in alle omstandigheden goed aan te lopen, al schijnt het volgens de pilot niet veel bijzonders te zijn. En achteraf gezien is dat een understatement.

Douches froides

Na een belachelijk lange wachttijd voor de sluis, die natuurlijk niet volgens de boekjes draait, komen we terecht in een van de meest desolate jachthavens die ik ooit gezien heb. Flevo Marina, Almere Muiderzand en de Grand Large in Duinkerken zijn er niets bij. Het lelijke dorpje dient als doorgangsstation voor de reizigers van de veerboot naar Portsmouth. Gelukkig ligt het op minimaal twintig minuten lopen. Het strand ligt op nog wat meer afstand van de haven, en voor die paar aftandse watersportwinkels moet je een half uur de andere kant op.

Ookal biedt deze Franse haven natuurlijk geen fatsoenlijk draadloos internet, het personeel in de haven leek in eerste instantie aardig en de sanitaire voorzieningen ook. Totdat de douches het ‘s morgens begeven en we het zonder warm water moeten stellen. Dan mag je wachten tot het probleem misschien morgen opgelost is of – ook letterlijk – genieten van een koude douche.

Non

Die duurbetaalde douchemunten kun je uiteraard niet ruilen. Non monsieur, bien sûr “pas de changer”. Nu spreekt men ineens helemaal geen Engels meer en mag je het doen met de kansloze mededeling dat deze muntjes ook in nabije marina’s bruikbaar zijn. So fucking what!

Fijn, die Franse gastvrijheid. Gelukkig vertrekken we hier vanmiddag en ontmoeten we een paar fijne vrienden in de volgende haven. Mag ik daarna alsjeblieft terug naar Engeland?

De oesters van St. Vaast

Na een tocht waarin de motor veel gedraaid heeft, maar we gelukkig ook zeilend aardige mijlen maakten, komen we rond 20:30 uur (Centraal-Europese tijd) aan in Cherbourg. Opnieuw ziet de havenstad er vanaf het water onaantrekkelijk uit: Hij is wel handig qua tochtplanning en altijd goed aan te lopen, maar we hoeven ‘m niet zo nodig te ontdekken.

De Quinta ligt er ook weer en we worden even later door Rudi en Marja uitgenodigd voor een klein hapje in l’Equipage, het restaurantje bij de jachtclub. Daar zeggen we geen nee tegen, want we weten het nog goed: Ze hebben daar gratis internet én heerlijke oesters, afkomstig uit St. Vaast. Die waren vorig jaar zó lekker dat we de dag erop doorgevaren zijn naar dit kleine vissersplaatsje om de hoek van Cherbourg.

Je kunt nu wel raden wat onze huidige bestemming is.

Met 3-4 knopen tijstroom in de rug schuiven we in druilerig regen onder grijze luchten langs de (schijnbaar) kleurloze kust. Op de motor, met de stuurautomaat aan. Vorig jaar zag dit er stukken mooier uit. Bovendien konden we hier toen een mooi stuk zeilen. Boeien: vanavond eten we wéér van die lekkere oesters. In St. Vaast!

Oversteek naar [?]

In alle vroegte gaat de wekker. Om 7:30 uur (Britse tijd) willen we de haven uitvaren, om nog een mooi stukje stroom langs de Needles naar buiten te pakken. Het is nog bewolkt maar de wind staat goed – en niet te hard. Nadat ik nog even Rudi en Marja een handje help met afduwen van hun schitterende Quinta (een strakke Standvast 42 uit 2004, volledig van carbon en bijna té wit) zijn we zelf ook klaar voor vertrek.

Op de stroom varen we vlot de Solent af. De roemruchte Needles liggen er mooi bij, zeker als de bewolking grotendeels openbreekt terwijl we erlangs varen. Yep, foto’s volgen.

Tussen het schrijven van deze en de vorige alinea doe ik een poging om de motor uit te zetten en puur op zeil verder te varen. De zoveelste poging, opnieuw onsuccesvol: Er is nét te weinig wind om de vaart boven de 4 knopen te houden. En dan wordt te tocht naar [?] wel erg lang. Dus de motor draait nog steeds en we maken lekker 6 knoopjes naar het zuiden. “Terwijl het bier koud wordt,” zeggen we dan maar.

Naar [?]

Waarheen varen precies? We willen naar Cherbourg of (nog liever) naar Alderney, het noordelijkste Kanaaleiland. We hadden vorig jaar geen tijd meer om dit eiland aan te doen. Maar of we er dit jaar nou twee dagen voor willen motorvaren, als de wind zo zwak blijft? We zullen zien.

Tegen de tijd dat we weer verbinding hebben, dit bericht wordt geplaatst en jij dit leest, weet ik natuurlijk prima waar we naartoe gevaren zijn. Maar als ik alles zou verklappen is er natuurlijk geen lol meer aan. (Mocht je het echt niet meer houden van de spanning… Twitter al eens geprobeerd, of desnoods Facebook?)