Trouville et la toilette

We doen een dagje Deauville, waarbij het ineens zulk mooi weer is dat we het grootste deel van de dag op het strand doorbrengen. We sjokken verder wat door de dure en bruisende hoofdstraat en over het mooie marktje, lunchen op het terras en doen inkopen voor het Cobb-diner dat we aan boord van de Marea Alta verorberen.

Charmante stadjes

De volgende dag varen we helemaal naar Trouville. Of eigenlijk, we blijven gewoon nog een dagje liggen om ook het oostelijke van deze twee aangrenzende badplaatsen te verkennen.

Trouville is net zo charmant maar iets minder chique. Je ziet er minder kakwijven (femmes de merde?) en dure voitures dan in Deauville. Het centrum zit vol met gezellige restaurants, een grote vismarkt en een lange, ietsje vervallen boulevard. Allemaal iets meer “accessible”, zou je kunnen zeggen.

Toilet is ook een Frans woord

In de morgen worden er bovendien nog bootschappen gedaan in Deauville Marina: Ons relatief nieuwe Jabsco toiletpompje heeft het na al die tijd toch begeven. Er zullen wel enkele rubbers vervangen moeten worden, dus ik koop noodgedwongen een complete set met revisie-onderdelen à € 55. Waar ik verwachtte maar enkele te vervangen, vernieuw ik uiteindelijk bijna alle onderdelen voordat het rotding weer goed werkt. In plaats van een half uurtje werk ben ik bijna twee uur met het hele pompsysteem aan het prutsen. Een behoorlijk merde-klusje, maar wel dankbaar.

Gezelligheid in Deauville

Het zeiltochtje van vanmiddag / -avond maakt alle eerdere ongein goed: met 15 knoopjes halve wind, zonnetje, een knoop stroom mee, langs een bijzonder mooi stuk Franse kust. (Dus alle Fransen op veilige afstand.) Heerlijk!

Eigenlijk gaat het te snel, want binnen een paar uurtjes varen we het charmante Deauville binnen. Of het charmante Trouville, daar wil ik vanaf zijn. Nog een uurtje of anderhalf later vaart ook een oude bekende en inmiddels goede vriend (en vriendin) binnen: de Marea Alta legt aan op het plekje dat we achter ons hebben vrijgehouden.

Met Jeroen & Annemarie (en wat later ook André & Ed van de Bink) borrelen we achter de comfortabele buiskap die we eigenlijk niet eerder op deze boot gezien hebben. We smeden de vaarplannen voor de komende dagen, die de komende dagen ook nog wel flink zullen veranderen. Het wordt laat maar dat geeft niet want we blijven nog een dagje. Gezelligheid!

Non à Ouistreham

Het waait zondag lekker door, dus blijven we een extra dagje in St. Vaast. We genieten aan boord van de lokale oesters die we praktisch zelf van het strand hadden kunnen plukken. ‘s Avonds genieten we ook van het andere, bijzonder smakelijk eten in het knusse restaurantje Le Chasse-Maree. Bovendien is het kermis. En da’s altijd dik feest. (Ahum.)

Op maandag vertrekken we met nog steeds een dikke 5 Beafort in de rug naar Ouistreham. Dat plaatsje is in alle omstandigheden goed aan te lopen, al schijnt het volgens de pilot niet veel bijzonders te zijn. En achteraf gezien is dat een understatement.

Douches froides

Na een belachelijk lange wachttijd voor de sluis, die natuurlijk niet volgens de boekjes draait, komen we terecht in een van de meest desolate jachthavens die ik ooit gezien heb. Flevo Marina, Almere Muiderzand en de Grand Large in Duinkerken zijn er niets bij. Het lelijke dorpje dient als doorgangsstation voor de reizigers van de veerboot naar Portsmouth. Gelukkig ligt het op minimaal twintig minuten lopen. Het strand ligt op nog wat meer afstand van de haven, en voor die paar aftandse watersportwinkels moet je een half uur de andere kant op.

Ookal biedt deze Franse haven natuurlijk geen fatsoenlijk draadloos internet, het personeel in de haven leek in eerste instantie aardig en de sanitaire voorzieningen ook. Totdat de douches het ‘s morgens begeven en we het zonder warm water moeten stellen. Dan mag je wachten tot het probleem misschien morgen opgelost is of – ook letterlijk – genieten van een koude douche.

Non

Die duurbetaalde douchemunten kun je uiteraard niet ruilen. Non monsieur, bien sûr “pas de changer”. Nu spreekt men ineens helemaal geen Engels meer en mag je het doen met de kansloze mededeling dat deze muntjes ook in nabije marina’s bruikbaar zijn. So fucking what!

Fijn, die Franse gastvrijheid. Gelukkig vertrekken we hier vanmiddag en ontmoeten we een paar fijne vrienden in de volgende haven. Mag ik daarna alsjeblieft terug naar Engeland?